Verhaal

Jeugdtrefcentrum de Blokhut

André Velthuis

Jeugdtrefcentrum de Blokhut

Het jeugdhuis aan de Markt

Het karakteristieke pand aan het Marktplein was eigendom van de katholieke kerk. Het gebouw diende vroeger als ziekenhuis en werd later het onderkomen voor het Jeugdwerk Ootmarsum. Een lange gang met links een zaal met biljarttafel. Aan het eind van de gang rechts een opkamer waar gedamd en geschaakt werd. Daar tegenover een kleine ruimte, iets groter dan een kleerkast, waar de muziekinstallatie stond. Henk Hesselink en Hans Hulsink draaiden daar hun plaatjes. Daarnaast een wat grotere zaal, waar twee tafeltennistafels stonden en een barretje, waar uiteraard alleen limonade te koop was. Peter Put had de leiding over de jongerenavonden. Wekelijks was ik er te vinden. Biljarten, tafeltennis, dammen en schaken waren de hoofdactiviteiten. Regelmatig werden er heuse kampioenschappen georganiseerd. Geld voor prijzen was er niet dus speelden we voor de eer. Links achterin was de hobbyruimte van Jan Busscher. Van Jan leerden we na schooltijd, dat we van een stuk leer en met behulp van een guts, een stempel konden maken.

Gebrek aan geld voor jeugdwerk was toen nog meer een probleem dan tegenwoordig. Om extra inkomsten te genereren verkochten we kalenders, bierglazen, etc. Ik kan me nog herinneren dat we zoveel bierglazen overhielden dat we ermee naar Reutum en Albergen togen om ze te verkopen. Dat lukte ons ook nog; nota bene met opdruk van Jeugdwerk Ootmarsum. Door dit succes kon er voor ons nog wel een zak patat met een glas cola als beloning vanaf.

Rond 1968 had kruidenier Tijhuis opslagruimte nodig. Wrang en eeuwig zonde, maar Jeugdwerk Ootmarsum werd opgeheven, het pand werd gesloopt en dat alles voor een paar garages en winkelopslag.

De Blokhut

In 1969, enige tijd na de sluiting van het jeugdhuis aan de Markt, begon een groep jongeren, allen zo rond de 15 à 16 jaar, zich te roeren om een eigen jeugdhonk (discotheek) te krijgen. Theo Bruns, Henk Wientjes, Ben Hesselink, Marius Legtenberg, Ine van Benthem, Erna Weierink, Henk Meijers, Johnny Kamphuis, Ben Hesselink en ondergetekende. We realiseerden ons al snel dat het beter was een stel meer serieus te nemen ouderen enthousiast te maken om samen met ons op te trekken. We vonden Jan Hulshof, Henk Eweg en Ties van Kerkhoff bereid om hieraan mee te werken. Om eveneens fiat te krijgen van de kerk, wisten we ook pastoor Schweigmann mee te krijgen. Er werd een stichting opgericht en de lobby kon beginnen. Na meerdere opties te hebben aangedragen viel uiteindelijk het oog op de blokhut. Gelegen aan een doodlopend weggetje naast de lagere school en achter confectie Hemolux. Hier zouden we niemand tot last zijn.

De blokhut was begin jaren ‘50 door vrijwilligers gebouwd. Ook mijn vader heeft er nog aan gemetseld, hetgeen hij later wel een vervloekt heeft. Overigens weet ik van mijn vader, dat er wel degelijk een metalen buis met daarin een perkament met de namen van de vrijwilligers van toen, in de blokhutvloer verwerkt zat. Hij heeft deze zelf in het beton van de roos in het midden van de blokhutvloer verwerkt; dus niet onder de vloer maar erin.

De verkenners en de wandelsportvereniging hadden er jaren een onderkomen. Voor het wandelen was de interesse bij de jeugd van Ootmarsum behoorlijk verminderd en voor de verkenners alleen was het pand veel te groot en te onpraktisch geworden. Ongeveer 10 meter breed en 20 meter lang, halfsteens gemetseld en met half ronde dennen paaltjes omtimmerd. Deels met pannen gedekt en deels met een rieten kap. Aan de voorzijde een uitbouw en achterin het gebouw nog 2 opslagruimtes. Dat de wandelsportvereniging gloriejaren heeft gekend blijkt wel uit het feit, dat een van deze ruimtes tot de nok toe vol gepakt was met trofeeën. De open nokhoogte van wel 9 meter, het ontbreken van dak- en muurisolatie en verwarming, maakte dat het er ‘s winters stervenskoud was. In de grote zaal moest een open haard zorgen voor enige behaaglijkheid.

 

Na veel gepraat met de gemeente en het zoeken naar financiering, ging uiteindelijk de kogel door de kerk en werd ons het gebouw toegewezen. Er werd een stichting opgericht, waarin de lobbyisten van het eerste uur zitting namen. Er werd ons door de gemeente zelfs een bescheiden geldsom beschikbaar gesteld om het pand te verbouwen en geschikt te maken als jeugdtrefcentrum. Daarvoor in ruil moest de net opgerichte peuteropvang er ook onderdak krijgen en er moesten nog enkele ruimtes gereserveerd blijven voor verkenners en wandelsport.

De verbouwing werd uitgevoerd door aannemersbedrijf B. Geerdink met hulp van een aantal jongeren en onder begeleiding van Jan Koopmans. Het dak werd vernieuwd, er werden deugdelijke gescheiden toiletruimtes gemaakt en een zware eikenhouten bar werd ingericht. Ook kwam er een kantoortje en een keukentje. Overigens de kleurrijke schildering op de muur was van de hand van mijn neef , de toen 18-jarige Gerard Velthuis. Een enorme houten trap gaf toegang tot de nieuwe tweede verdieping met een heuse vide met balustrade. Door het volledige schilderwerk in eigen beheer uit te voeren, werd geld vrijgemaakt voor een in eerste instantie niet geplande cv-installatie.

Tijdens de verbouwing deden zich enkele mutaties voor in de groep vrijwilligers en de uiteindelijke doorzetters werden later als commissieleden verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Mensen van dit eerste uur waren: Toon en Theo Bruns, Marius Legtenberg, Johnny Kamphuis, Jan Eertman, Marcel Lohuis, Alfons Kremer, Henk Sprukkelhorst en bovengenoemde.

De verbouwing werd afgerond en de blokhut was klaar voor gebruik, maar voor de inrichting was er geen geld meer. Hiervoor werd een beroep gedaan op de Ootmarsumse bevolking, om overtollig meubilair beschikbaar te stellen. Ook spelattributen waren van harte welkom. Met een platte wagen haalden we alles op. We hadden wel voor een heel weeshuis! Om het meubilair in de discotheek enigszins uniform te houden, hebben we zelf zitjes en tafeltjes gemaakt van eiken boomstammen en fijn gezaagde eiken planken. Delen van de zware eiken bar zijn later nog gebruikt voor de bar in ‘n Emter.

De opening van de Blokhut werd verricht door pastoor Schweigmann én …met een lange drumsolo van Brainbox.

De Blokhut voorzag in een behoefte. Er werden diverse clubs opgericht, deels voor overdag en deels voor ‘s avonds. Er kon worden geboetseerd en getimmerd en er waren spelavonden om te dammen, schaken of te tafeltennissen. En dan waren er natuurlijk de discoavonden en -middagen. In het begin was er nog geen professionele jeugdwerker, dus alles werd georganiseerd en begeleid door bestuur- en commissieleden en andere vrijwilligers, zoals Jan van Benthem, Jan Borggreve, Ger de Jong, Jan Busscher en Mieke Luttikhuis.

Discotheek de blokhut

Het allerbelangrijkst voor ons waren natuurlijk de discoavonden in het weekend. Alle ingrediënten hiervoor waren in de vernieuwde blokhut aanwezig. Een houten discotafel werd getimmerd, wat eenvoudige apparatuur erin en we konden starten. Omdat geen van de commissieleden 18 jaar was - dit was voorwaarde voor het houden van discoavonden - moest er tenminste één volwassene aanwezig zijn voor het toezicht.

De jeugd van het voortgezet onderwijs, vanaf een jaar of 13, had toegang tot de disco. Je was lid voor een paar gulden per kwartaal en je had dan elke discoavond vrij entree; niet-leden betaalden een paar kwartjes entree. Om 19.00 uur ging de deur open en dan klonk als introtune Flash van The Duke of Birlington door de luidsprekers. Nagenoeg vanaf het begin hadden we elke avond volle bak. Elke vrijdag- en zaterdagavond stond er ruim voor aanvang al een lange rij mensen voor de deur. Dat hield in, dat er ’s avonds ca. 350 mensen binnen waren. Een pijpje bier kostte 75 cent en een glas limonade 50 cent. De vrijwilligers en commissieleden kregen voor elke avond aanwezigheid de vorstelijke beloning van 2 consumpties en we deden het er graag voor. Om 23.00 uur klonk Flash voor de 2e keer die avond uit de luidsprekers, maar dit keer als eindtune.

Elke zondagmorgen waren we met z’n allen druk met de wekelijkse grondige schrob-, dweil- en schoonmaakbeurt. Zondagsmiddags van 13.00 tot 17.00 uur was er voor de kids van de lagere school een kinderdisco met muziek en kinderspelletjes,waar dan uiteraard alleen limonade geschonken werd.

 

Het eerste half jaar stond ik elke vrijdag- en zaterdagavond èn zondagmiddag als diskjockey achter de draaitafels. We hadden een radio met 2x 20 watt die tevens diende als versterker, 2 draaitafels, een microfoontje en een paar luidsprekers. In het begin moest ik het doen met plaatjes uit onze eigen privéverzamelingen en elke week mochten we 3 singletjes bij kopen.

De discoavonden liepen als een trein. Vanuit de wijde omgeving kwam de jeugd op deze vrijdag- en zaterdagavonden af. Ook onze oosterburen net over de grens uit Halle, Lage en Neuenhaus vonden het aangenaam vertoeven in de blokhut. Duidelijk werd, dat dit meer was dan een gezellige avond met vrienden en we kregen zoveel vertrouwen in de voortgang, dat er al snel een professionele geluidsinstallatie gekocht werd en het budget voor de nieuwste tophitsingletjes werd verhoogd.

Ook werd de commissie uitgebreid met Paul Sijtsma, Ans Sijtsma, Clementine Vos, Margrit Olde Monnikhof en Wilma Quaink. Henk Hesselink kwam erbij als diskjockey.

Vanuit het bestuur gingen stemmen op om een vaste jeugdwerkleider aan te trekken. Daar waren wij als commissieleden niet echt blij mee. Door het succes en de grote vrijheid die we hadden, kwamen we regelmatig in de verleiding tot enigszins excentriek gedrag en wij zaten niet echt te wachten op toezicht. Uiteindelijk verloren we de strijd en werd in maart 1972 Peter Wicherink als jeugdwerkleider aangetrokken.

 

Op één van die zaterdagavonden kwam er een groep jongeren uit Oldenzaal om rotzooi te trappen. Toen dit uit de hand liep en een van de hooligans Ties Kerkhoff een por gaf was de opdracht van Ties kort maar overduidelijk: “Jongens, gooi ze d’r uit!” Dat lieten de vaste bezoekers zich geen twee keer zeggen en de Oldenzalers werden op zeer hardhandige wijze op straat gezet, ons verzekerend snel terug te zullen komen om ons een lesje te leren. Een week later hielden ze zich aan hun belofte. Ze werden echter opgewacht door een dermate grote overmacht, dat ze het verkozen nog dezelfde bus terug te nemen naar Oldenzaal. Blijkbaar heeft zich dit optreden van de Ootmarsummers snel rondgepraat. We hebben daarna nooit meer last gehad van bezoekers die dachten hun vertier te moeten zoeken anders dan wij voor ogen hadden: gezellig samenzijn, drinken, naar muziek luisteren en dansen.

 

Als het publiek de deur uit was, gingen wij meestal nog “even” rond het open vuur zitten om de gebeurtenissen en de voortgang te bespreken. Legendarisch zijn ook de napraatavonden(-nachten) waar bokswedstrijden en playback-sessies werden gehouden. Het aanwezige meubilair diende als drumstel, de bezemkast werd geplunderd voor het overige instrumentarium.

Eén keer hebben we in de blokhut een live optreden gehad van een rockbandje. Dit bandje had de naam Mother of Pearl. Hierin speelden twee Ootmarsumse jongens: Ben Fokkinga op bas en Ben Hesselink op keyboard. De gitarist van dit bandje was de toen 17- jarige Adje van den Berg, die later 12 jaar lang gitarist/songwriter van de wereldberoemde Amerikaanse hardrockband Whitesnake was.

 

Het eerste jaar werd afgesloten met een flinke winst. Een stichting mag geen winst maken en dus werd er een renteloze lening gegeven aan de Ootmarsumse verkenners. Dit om de voormalige bioscoop Odemarus te verbouwen ten behoeve van een eigen en beter bij de verkenners passend honk, De Klep.

Na 2 jaar, tegen het einde van 1972 was Marius Legtenberg de eerste die tot de conclusie kwam, dat de Blokhut niet zijn laatste bestemming kon zijn en hij vertrok naar Amsterdam, om daar als politieagent de Amsterdammers in toom te houden. Een paar maanden later besloot ook ik mijn stokje over te dragen. Er werden nieuwe commissieleden gezocht en weer enkele maanden later was bijna de gehele commissie van het eerste uur vervangen. Enkele namen van deze tweede lichting zijn Nico Wilbers, Johan Meinders, Tonny Geerdink, Bert Borkent, René Bosch, Giny van Benthem, Anne Weierink, Joop Koersveld en Anne Weustink. Hiervan heeft een aantal zelfs tot de definitieve sluiting van de Blokhut in 2004 in de commissie gezeten.

Voor de commissieleden was de blokhut veelal een tweede thuis. Wij, maar ook de bezoekers, hebben er vele mooie uren doorgebracht. Prille liefdes zijn er ontstaan en ook weer geëindigd. Veel nu veertig, vijftigers én zestigers hebben elkaar gevonden in de commissie of tijdens de discoavonden in de blokhut. Hoe anders waren onze levens verlopen zonder de blokhut. Ik schrijf dit uit eigen ervaringen gedurende de eerste twee ongetwijfeld zeer roerige jaren van het bestaan van Jeugdtrefcentrum De Blokhut. Hiermee is de geschiedenis van de Blokhut zeker niet af. De Blokhut voorzag in een behoefte en dat bijna 30 jaar lang.

 

Reacties